Lezen en het vmbo

Veel leerlingen lezen te weinig om de leesvaardigheid te verwerven die ze nodig hebben.

  • Van de brugklassers vmbo basis- en kaderberoepsgerichte leerweg is 24% niet in staat zelfstandig de schoolboeken te begrijpen.
  • 14,3% van de 15-jarige leerlingen heeft grote moeite met het begrijpen van hun schoolboeken, omdat deze leerlingen laaggeletterd zijn.
  • Van de schoolverlaters in de leeftijd van zestien tot negentien jaar kan 7% nog steeds niet goed genoeg lezen om zich in de samenleving zelfstandig te kunnen redden.
  • In het beroepsonderwijs kan 30% van de jongeren niet mee op niveau één en twee.

 

De referentieniveaus taal en rekenen beschrijven welke basiskennis en -vaardigheden op het gebied van taal en rekenen leerlingen moeten beheersen bij het eindexamen. Voor het vmbo is het eindexamen vastgelegd op 2F. Dit niveau 2F geldt als het algemeen maatschappelijk functioneel niveau, het niveau waaraan elke Nederlander zou moeten voldoen. Vergelijk de nieuwe en de oude leesniveaus.  In de doorlopende leerlijn zijn de kerndoelen vastgelegd. De verschillende vaardigheden, o.a. betreffende lezen en luisteren, zijn hier op onderdelen uitgewerkt.

 

In de brochure de Bibliotheek op de school in het vmbo (2013) geeft Kunst van Lezen goede voorbeelden die laten zien hoe bibliotheken en vmbo-scholen de handen ineenslaan om hun leerlingen aan het lezen te krijgen. De voorbeelden laten ook zien dat er al jarenlang succesvolle lokale initiatieven bestaan.

 

De brochure 'Meer lezen, beter in taal - vmbo' van Kees Broekhof, beschrijft de belangsrijkste resultaten uit onderzoek naar effecten van lezen op taalontwikkeling. Het taalbeleid van de school moet sterk gericht zijn op het stimuleren van vrij lezen op school en vrijetijdslezen thuis. De brochure legt goed uit wat het belang van leesplezier is en wat scholen kunnen doen om het leesplezier van vmbo-leerlingen te bevorderen.

 

In zijn onderzoek Naar een nieuwe functie van de bibliotheek heeft Frank Tillemans de uitleningen van C-boeken door 4you! bibliotheken over een aantal jaren vergeleken met bibliotheken die niet over een 4you! beschikken. Bibliotheken met een 4you! blijken gemiddels 16% meer uitleningen te hebben.

 

 

bron Leesmonitor

 

Laaggeletterd
De samenleving en de arbeidsmarkt stellen steeds hogere eisen aan taalvaardigheid. En dat terwijl een relatief groot aantal leerlingen het onderwijs verlaat zonder of met een lage kwalificatie en met een beperkte leesvaardigheid. Het risico van een relatief hoog percentage schooluitval en laaggeletterdheid is hierbij groot.

 
Laaggeletterdheid treft alle geledingen van de bevolking, of het nu gaat om mannen of vrouwen, ouderen of jongeren, werkenden of niet-werkenden. Op het laagste niveau van geletterdheid (IALS niveau 1) functioneert:

  • 36% van de mensen die de basisschool niet hebben voltooid;
  • 18% van de werklozen;
  • 25% van de mensen in de WAO;
  • 6% van de beroepsbevolking (ruim 350.000 mensen van de 6,8 miljoen werkenden);
  • 7% van de jongeren tussen zestien en 24 jaar;
  • 23 procent van de mensen tussen 56 en 65 jaar;
  • 32 procent van de mensen in de laagste inkomenscategorie.

 

Op het werk hebben laaggeletterden moeite met het:

  • invullen van formulieren ;
  • e-mailen;
  • schriftelijk rapporteren;
  • lezen van veiligheidsinstructies;
  • lezen van een memo.

 

Ook in het dagelijkse leven kunnen zij hinder ondervinden:

  • invullen van formulieren zoals bijvoorbeeld voor zorgtoeslag, kinderopvang of huurtoeslag;
  • lezen van straatnaamborden;
  • voorlezen van (klein)kinderen;
  • schrijven van een (verjaardags)kaart;
  • geld opnemen bij een pinautomaat;
  • opzoeken van vertrektijden van de trein ;
  • schrijven van een klachtenbrief;
  • lezen van recepten uit een kookboek;
  • lezen en begrijpen van gezondheidstips, patiëntenfolders en bijsluiters van medicijnen.

 

Meer gegevens over onderzoek naar laaggeletterdheid is te vinden op de site Leesmonitor.